ECLI:NL:RBHAA:2002:AE7545
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- E.P. Stolp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tewerkstelling Rotterdamse vliegers wegens gevaar voor Libische operatie
De Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) vorderde in kort geding dat Schreiner Airways B.V. de 17 overtollig verklaarde vliegers van de Rotterdamse operatie tewerk zou stellen in Libië, conform de CAO-bepalingen, onder verbeurte van een dwangsom. Schreiner had de fixed wing operatie in Rotterdam beëindigd en zette in Libië vliegers in via APRAM, een aan Schreiner gelieerde uitzendonderneming.
De voorzieningenrechter stelde vast dat toewijzing van de vordering ernstige risico's zou opleveren voor de relatie met de belangrijkste Libische klanten WAHA en VEBA. Deze klanten stelden strenge eisen aan de vliegers en wezen op irritatie over het frequent wisselen van APRAM-piloten door onervaren Schreiner-piloten. Vervanging van APRAM-vliegers door Rotterdamse vliegers zou leiden tot het niet verstrekken van visa en beëindiging van de operaties.
De ondernemingsraad bevestigde dit risico en twijfelde aan de motivatie van Rotterdamse vliegers om in Libië te vliegen. Schreiner toonde zich bereid tot onderhandelingen over een sociaal plan en het behoud van vliegbrevetten, maar gaf geen werkgarantie. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de vordering onvoldoende opweegt tegen het gevaar voor de Libische operatie en wees de vordering af. De VNV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot tewerkstelling van Rotterdamse vliegers in Libië wordt afgewezen wegens gevaar voor het voortbestaan van de Libische operatie.