2. De vaststaande feiten
2.1 In dit geding wordt van het volgende uitgegaan:
a. Op 27 juni 2002 heeft [eiser] tezamen met een groep andere krakers het pand aan de Kopermolenstraat 1 te Zaandam gekraakt. De krakers hebben daarbij te kennen gegeven onderhavig kort geding tegen De Staat aan te spannen teneinde een ontruiming door de Officier van Justitie op grond van de artikelen 138 en 429 sexies van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) te voorkomen. De Officier van Justitie heeft laten weten de uitkomst van dit kort geding af te wachten.
b. Het pand aan de Kopermolenstraat maakt deel uit van een complex, dat onder meer is verdeeld in een perceel gelegen aan de Kopermolenstraat 1 en een perceel gelegen aan de Kopermolenstraat 3.
c. Bij overeenkomst d.d. 3 november 1999 heeft de Stichting Saenwonen (hierna te noemen: Saenwonen) van Bouwbedrijf Kakes B.V. (hierna aan te duiden door Kakes) onder andere voornoemd complex gekocht. De levering daarvan heeft op 28 augustus 2000 plaatsgevonden. Na de verkoop van dit complex is Kakes daarvan huurster gebleven tot 1 juni 2001.
d. Tussen Saenwonen en [de heer V. W.] is een overeenkomst tot gebruik van Kopermolenstraat 1 om niet gesloten, getekend "1 mei 2002" en ingaand per diezelfde datum, tot daarvoor een nieuwe huurder gevonden is.
e. Op 10 juni 2002 is het pand aan de Kopermolenstraat 3 gekraakt door een groep van 16 krakers. Dit pand is door de Officier van Justitie ontruimd op grond van de artikelen 138 en 429 sexies WvSr.
f. Naar aanleiding van de kraak van het pand aan de Kopermolenstraat 3 d.d. 10 juni 2002 is proces-verbaal opgemaakt met dossiernummer GPZNST/02-002065 door W.P. Meijer, brigadier van de politie Zaanstreek-Waterland, en H.J.M. Duffree, agent van de politie Zaanstreek-Waterland. Dit proces-verbaal luidt onder meer als volgt:
NADER ONDERZOEK
…
Oostveen [van de brandweer] deelde mij mede, dat het pand Kopermolenstraat 3 te Zaandam, het afgelopen jaar 3 of 4 maal gebruikt was voor een brandweeroefening.
…
VERHOOR GETUIGE [de heer V.W. ]:
Op vrijdag 21 juni 2002, werd getuige gehoord. Hij verklaarde onder andere:
- dat hij pas na 10 juni 2002 een overeenkomst voor het gebruik van het pand had getekend.
- Dat het pand tot voor 3 maanden geleden leeg heeft gestaan en dat er geen machines in het pand hebben gestaan.
g. Naar aanleiding van de kraak d.d. 27 juni 2002 heeft J. Tump, inspecteur van de politie Zaanstreek-Waterland, proces-verbaal opgemaakt met dossiernummer GP-ZNST/02-002362, waarin hij onder meer het volgende heeft verklaard:
Op donderdag 27 juni 2002, omstreeks 14:16 uur, kwam bij de centrale meldkamer van de politie Zaanstreek-Waterland de melding binnen dat het pand Kopermolenstraat 1-3 te Zaandam gekraakt zou worden.
…
Omstreeks 14:40 uur, die dag, kwam ik ter plaatse. Aldaar werd ik aangesproken door collega H. Bakker die me mededeelde dat het pand gekraakt was en dat de krakers niet van plan waren zomaar te vertrekken. Hij deelde me mede dat hij in het pand was geweest met collega v.d. Ven. Aldaar had hij beneden een lege kale ruimte aangetroffen waar niets meer in aanwezig was.
…
In het pand zag ik een grote ruimte die kennelijk als werkplaats in gebruik was geweest. … Voor zover ik kon zien was er niets aan meubilair aanwezig.
…
Omstreeks 16:00 uur, die dag, werd ik gebeld door de heer van Wijnen, de huidige gebruiker van het pand. Hij deelde me mede dat hij het pand daadwerkelijk in gebruik had. Omdat hij momenteel weinig opslaggoed had was er op zich niets opgeslagen in het pand. Wel had hij na de eerdere kraakactie een paar tafels en stoelen neergezet in de grote ruimte op de begane grond.