ECLI:NL:RBHAA:2001:AD4043
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudsbijdrage voor minderjarige bij verhaal bijstandskosten
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Zaanstad en een man over de hoogte van de onderhoudsbijdrage voor zijn minderjarige zoon, waarvoor de gemeente bijstand verleende. Na het uiteengaan van de ouders betaalde de man vrijwillig een bedrag van ƒ 250 per maand, later geïndexeerd tot ƒ 282,05, rechtstreeks aan de moeder ten behoeve van het kind.
De gemeente stelde de verhaalsbijdrage op ƒ 500 per maand en sommeerde de man tot betaling van het verschil. De man stopte met betalen en betwistte het verzoek. De rechtbank oordeelde dat de man door co-ouderschap en betaling van de helft van de kosten slechts gedeeltelijk aan zijn onderhoudsverplichting voldoet, omdat de moeder geen draagkracht heeft vanwege een bijstandsuitkering.
De rechtbank stelde de totale kosten van verzorging en opvoeding van het kind op ƒ 400 per maand, waarvan de man reeds de helft via verzorging en betaling van ƒ 282,05 voldaan had. Daarom werd het verhaal beperkt tot ƒ 200 per maand vanaf 1 oktober 2000 tot juli 2001, de periode waarin de moeder geen bijstand meer ontving. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 oktober 2000 tot juli 2001 een onderhoudsbijdrage van ƒ 200 per maand aan de gemeente betalen.