ECLI:NL:RBHAA:2000:AA8956
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th. Seylhouwer
- Rechtspraak.nl
Geen afwijking toegestaan van voorgeschreven eedsformule in Provinciewet
Eiser, lid van Provinciale Staten, wilde bij zijn beëdiging afwijken van de voorgeschreven eedsformule in artikel 14 van Pro de Provinciewet door een aangepaste tekst uit te spreken die beter aansloot bij zijn persoonlijke geloofsovertuiging. Verweerder, de Voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland, weigerde dit en stond alleen toe dat eiser na de voorgeschreven formule een aanvullende zin toevoegde.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de Eedswet 1911 afwijking toestaat indien iemand dit op grond van zijn godsdienstige gezindheid nodig acht, en dat deze wet ook op zijn situatie van toepassing zou zijn. Tevens voerde hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel en artikel 9 EVRM Pro aan.
De rechtbank oordeelde dat de Eedswet 1911 niet van toepassing is op ambtseedafleggingen zoals in deze zaak, maar slechts op getuigeneden in het procesrecht. De Provinciewet bevat geen mogelijkheid tot afwijking van de voorgeschreven tekst, en de parlementaire geschiedenis bevestigt dat afwijking niet is toegestaan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat verweerder niet gebonden is aan het handelen van andere provincies. Het beroep op het EVRM werd niet inhoudelijk behandeld wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen afwijking van de voorgeschreven eedsformule is toegestaan.