ECLI:NL:RBHAA:1999:AF0370

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
1 juni 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99.259/R 56218
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw en onvoldoende financiële ruimte

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de terechtzitting van 1 juni 1999 werd vastgesteld dat verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld, met name door het niet betalen van kinderalimentatie, wat ongeveer de helft van zijn schulden betreft. Verzoeker heeft nagelaten om vermindering of op-nihilstelling van deze alimentatie te vragen, waardoor de rechtbank ervan uitgaat dat de alimentatie verschuldigd is en er financiële ruimte zou moeten zijn om deze te voldoen.

De rechtbank heeft tevens geconstateerd dat de behoeften van verzoeker en zijn partner hoger zijn dan hun gezamenlijk besteedbaar netto inkomen, hetgeen door beiden is bevestigd. Hierdoor bestaat de vrees dat verzoeker zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen.

Op grond van deze feiten en omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling af. De uitspraak is gedaan door rechter M.C.M. van Dijk tijdens een openbare terechtzitting op 1 juni 1999.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw zijn en onvoldoende financiële ruimte.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Haarlem
Enkelvoudige kamer
X. wonende te P.,
Verzoeker,
heeft op 21 mei 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 1 juni 1999 is verzoeker gehoord.
Mede gelet op het proces-verbaal van verhoor van de terechtzitting van 1 juni 1999, waarvan de inhoud als hier ingevoegd dient te worden beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker, met name ten aanzien van het onbetaald laten van zijn alimentatieverplichtingen jegens zijn kinderen uit eerdere huwelijken, niet te goeder trouw is geweest. Deze onbetaalde alimentatie omvat een substantieel deel van de schulden (ongeveer 50% van de schulden). Verzoeker heeft verzuimd vermindering of op-nihilstelling- te vragen, zodat de rechtbank van de verschuldigdheid van de alimentatie en de aanwezigheid van financiële ruimte om de alimentatie te kunnen voldoen uitgaat. Voorts bestaat de vrees dat verzoeker zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen met naar behoren zal nakomen. nu uit de bij het verzoek overgelegde bescheiden blijkt dat de behoeften (netto fl. 3.704,28/maand) het besteedbare netto inkomen van verzoeker en zijn partner (netto fl. 3446,52/maand) overstijgen. Dit is ter zitting door verzoeker en zijn partner bevestigd.
Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
-wijst het verzoek af.
Gewezen door M.C.M. van Dijk, rechter, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.
Proces-verbaal verhoor
Proces-verbaal van het verhoor in raadkamer van de arrondissementsrechtbank te Haarlem, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken van
1 juni 1999, naar aanleiding van het verzoekschrift van:
X. wonende te P.,
strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Tegenwoordig is mr. L.J.L. Koster vice-president, en mr. M.F. Backx, griffier;
Verschenen is verzoeker, vergezeld van zijn partner mevrouw Y., die ieder voor zich verklaren,
Dhr. X.: wij zijn samenwonend zonder geregistreerd partnerschap. Ik heb twee vorige huwelijken gehad en uit beide huwelijken twee kinderen. Deze kinderen wonen bij hun moeder. Met mevrouw Y. heb ik één kind. Wij komen iedere maand geld tekort. Deurwaarder Snijders heeft beslag gelegd wegens een aantal bekeuringen die nog uitstaan van fl. 1.600,--. Ik heb geen bedrijf gehad. Ik heb altijd in loondienst gewerkt. Ik en vrachtwagenchauffeur. Ik ben een tijd afgekeurd geweest met als gevolg een daling in mijn inkomen. Nu werk ik weer bij Z.-Transport te Schiphol. Een deel van de schulden is ontstaan doordat een deel van de de belastingaangifte niet was ingevuld. We huren een particuliere woning en dat kost veel geld. Een groot deel van de schulden is ontstaan doordat ik de alimentatie voor mijn kinderen niet heb betaald. Dit is een bedrag van fl. 840,- per maand. Ik betaal de alimentatie niet uit principe. Ik heb geen zin om voor het huis van de nieuwe man van mijn ex-vrouw te betalen. De kinderen van mijn andere ex-vrouw zijn meer bij mij dan bij haar dus daar wil ik ook geen alimentatie voor betalen. We zijn in dit kader bezig met een advocaat en dat kost ook veel geld. Ik heb een Ford Fiésta uit 1982.
Mevrouw Y.: ik loop bij het RIAGG en slik medicijnen. Als ik weer iets beter ben kan ik weer gaan werken. De schuld bij de Finata-bank en de schuld bij het zilveren-kruis is van mij alleen. De rest is van dhr. X. of van ons samen.
De rechter deelt mede, dat de rechtbank heden op het verzoek zal beslissen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.