ECLI:NL:RBGRO:2012:BY7827
Rechtbank Groningen
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak heeft verzoeker tijdens een rolzitting op 6 september 2012 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend kantonrechter mr. R. Bootsma. Verzoeker baseerde zijn verzoek op eerdere negatieve ervaringen en beslissingen van de rechtbank Groningen, waardoor hij geen vertrouwen had in een objectieve en juridisch juiste beoordeling van zijn zaak.
De wrakingskamer, bestaande uit mr. E.M.J. Brink, mr. L.C. Bosch en mr. Th.A. Wiersma, heeft het verzoek behandeld. Mr. Bootsma zelf heeft aangegeven niet bij de zitting aanwezig te zullen zijn en niet te berusten in het wrakingsverzoek.
De kamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet voldoende. Daarnaast kan een wrakingsverzoek niet gericht worden tegen de rechtbank als geheel, maar alleen tegen individuele rechters die de zaak behandelen.
Verzoeker bracht geen feiten of omstandigheden aan waaruit vooringenomenheid van mr. Bootsma kon worden afgeleid. Daarom concludeerde de kamer dat er geen sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Bootsma is afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.