ECLI:NL:RBGRO:2012:BX9379
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij met nihil betalingsverplichting
De rechtbank Groningen behandelde op 3 oktober 2012 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die een hennepkwekerij exploiteerde. De officier van justitie stelde het voordeel vast op €10.501,61, gebaseerd op de BOOM-normering van 2005, en eiste betaling aan de Staat.
De verdediging voerde aan dat er geen baten waren geweest, behalve een bedrag van €460,--, en dat de investering op afbetaling was gedaan. Tevens werd aangevoerd dat veroordeelde arbeidsongeschikt was en afhankelijk van de bijstandsuitkering van zijn partner. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €7.340,89 na aftrek van kosten, maar matigde de betalingsverplichting tot nihil vanwege de geringe draagkracht van veroordeelde.
De rechtbank baseerde de berekening op de oude BOOM-normering van 2005, aangezien de kweektijd vóór 1 november 2010 viel, en vond dat de matigingsbevoegdheid van artikel 36e lid 4 Sr hier van toepassing was. Zowel het Openbaar Ministerie als veroordeelde deden afstand van hoger beroep, waardoor het vonnis onherroepelijk werd.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op €7.340,89, maar de betalingsverplichting aan de Staat is gematigd tot nihil vanwege de geringe draagkracht van veroordeelde.