ECLI:NL:RBGRO:2012:BX7936
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer tot aanbieden arbeidsovereenkomst na contractswisseling schoonmaakobject
Werknemer Q was sinds 2007 in dienst bij Bakker Schoonmaakbedrijf en werkte op het object flat X te Groningen. Na een aanbesteding door de nieuwe hoofdverhuurder P, werd het schoonmaakcontract gegund aan Vlietstra, die de werkzaamheden vanaf 1 april 2012 overnam. Q vorderde in kort geding dat Vlietstra hem een arbeidsovereenkomst zou aanbieden volgens artikel 38 van Pro de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 38 CAO Pro, dat regelt dat bij contractswisseling een nieuwe werkgever een arbeidsovereenkomst moet aanbieden aan werknemers die op het betreffende object werkzaam zijn. De kantonrechter overwoog dat volgens vaste jurisprudentie en het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2007, sprake moet zijn van een heraanbesteding door dezelfde opdrachtgever om van contractswisseling te spreken.
In deze zaak was de nieuwe opdrachtgever P niet dezelfde als de oude opdrachtgever [woningstichting], en was er onvoldoende bewijs van zijdelingse betrokkenheid of vereenzelviging. Daarom was er geen contractswisseling in de zin van artikel 38 CAO Pro en hoefde Vlietstra geen arbeidsovereenkomst aan te bieden. De vordering werd afgewezen en Q werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van werknemer tot het aanbieden van een arbeidsovereenkomst door de nieuwe werkgever wordt afgewezen wegens het ontbreken van contractswisseling.