ECLI:NL:RBGRO:2012:BW6687

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
14 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
133845-PR RK 12-202
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 lid 4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen president rechtbank wegens vermeende onpartijdigheid

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.B.M. Keurentjes, president van de rechtbank Groningen, op grond van vermeende onpartijdigheid in een lopende bestuursrechtelijke zaak. De rechtbank overweegt dat het wrakingsverzoek niet voldoet aan de wettelijke vereisten van artikel 8:15 Awb Pro, omdat Keurentjes niet een van de rechters is die de zaak behandelen.

De rechtbank merkt op dat verzoeker in het verleden meerdere soortgelijke wrakingsverzoeken heeft ingediend die steeds ongegrond zijn verklaard. Tevens wordt geconcludeerd dat er sprake is van misbruik van het wrakingsmiddel door verzoeker. Daarom wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.

De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen op 11 mei 2012.

Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid; procedure wordt voortgezet en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 133845 / PR RK 12-202
Datum beslissing: 11 mei 2012
Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. R.B.M. Keurentjes.
1. Procesverloop
1.1. Bij brief van 8 mei 2012 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.B.M. Keurentjes, president van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer 133563/PR RK 12-181, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
1.2. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verzoeker ook in het recente verleden veelvuldig soortgelijke wrakingsverzoeken bij deze rechtbank heeft ingediend en dat die verzoeken telkens ongegrond zijn verklaard. De rechtbank verwijst daarbij onder meer naar de zaken met de volgende nummers: 129640/HA RK 11-343,126065/HA RK 11-131, 125938/HA RK 11-124, 125865/HA RK 11-119, 125330/HA RK 11-53.
2. De beoordeling
2.1. Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zich baseert op de doorlooptijd van zijn wrakingsverzoek inzake AWB 12/212. Verzoeker acht mr. R.B.M. Keurentjes hiervoor verantwoordelijk.
2.2. Artikel 8:15 Algemene Pro wet bestuursrecht luidt: op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het verzoekschrift voldoet niet aan dit vereiste nu de wrakingskamer die het wrakingsverzoek inzake AWB 12/212 zal behandelen ten tijde van het wrakingsverzoek nog niet was geformeerd. Verzoeker houdt mr. R.B.M. Keurentjes als president van de rechtbank verantwoordelijk voor de gang van zaken, doch nu niet vaststaat dat mr. R.B.M. Keurentjes een van de rechters is “die de zaak behandelen” is niet voldaan aan de in de wet gestelde eis.
2.3. Het wrakingsverzoek is daarom niet ontvankelijk. Tot een mondelinge behandeling behoeft niet te worden overgegaan.
2.4. De rechtbank overweegt met betrekking tot een eventueel volgend wrakingsverzoek het volgende. Het is de rechtbank ambtshalve gebleken dat verzoeker herhaaldelijk verzoeken indient die niet voldoen aan de wettelijke vereisten. In dat licht moet het ervoor worden gehouden dat sprake is van misbruik van het middel van wraking. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking op de voet van artikel 8:18 lid 4 Awb Pro niet in behandeling zal worden genomen.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 133563/PR RK 12-181) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. R.B.M. Keurentjes, mr. F. Sijens en het college van burgemeester en wethouders Groningen, Dienst SOZAWE.
3.4. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs G. Tangenberg, voorzitter, M.W. de Jonge en S.M. Schothorst, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2012.
kb