ECLI:NL:RBGRO:2012:BW5742
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens verduistering door werkneemster gedeeltelijk toegewezen
De zaak betreft een civiel geschil tussen A.S. Watson en haar voormalige werkneemster [A], die op staande voet werd ontslagen wegens verduistering van geld uit de kassa. [A] had een handgeschreven bekentenis afgelegd, waarin zij toegaf gedurende ongeveer negen maanden dagelijks tussen de €50 en €60 te hebben verduisterd, in totaal circa €6.435. A.S. Watson vorderde schadevergoeding op basis van deze bekentenis, terwijl [A] de verklaring betwistte wegens vermeend misbruik van omstandigheden en stelde dat de omvang van de verduistering lager was.
De rechtbank oordeelde dat de bekentenis van [A] niet nietig of vernietigbaar was en dat deze voor bewijs kon worden gebruikt, maar dat de bewijskracht beperkt was omdat de verklaring niet voldeed aan de formele eisen van een onderhandse akte met betrekking tot het volledige bedrag. Bovendien kon A.S. Watson haar vordering niet volledig onderbouwen met retourbonnen, die waren vernietigd. De rechtbank ging daarom uit van een lagere schade van €3.000, verminderd met reeds erkende €600 en een verrekening van €600, zodat een bedrag van €1.800 werd toegewezen.
Daarnaast werd vastgesteld dat [A] nog recht had op een netto bedrag van €647,64 aan loon en vakantiegeld, waartegen de schadevergoeding van €600 in mindering werd gebracht, zodat zij €47,64 ontvangt. De vorderingen van studiekosten en te veel betaald loon werden afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de kantonrechter en wees de vordering van A.S. Watson tot studiekosten af op grond van een eerdere strafrechtelijke afwijzing. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter A. Fokkema op 22 februari 2012.
Uitkomst: De werkneemster wordt veroordeeld tot betaling van €1.800 en ontvangt zelf €47,64 van A.S. Watson.