ECLI:NL:RBGRO:2012:BW2277
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loonsanctie en loonbetaling bij ziekte en re-integratie
A is sinds 1985 in dienst bij BKF als kraanmachinist en meldde zich in 2005 ziek vanwege nek- en schouderklachten. Na re-integratiepogingen en een loonsanctie opgelegd door het UWV, stopte BKF de loonbetaling per 8 maart 2010, na afloop van de maximale loondoorbetalingsperiode. A vorderde loonbetaling vanaf die datum, stellende dat hij zich beschikbaar hield voor passende arbeid.
BKF stelde dat A zich pas vanaf 17 augustus 2010 beschikbaar stelde en dat loonbetaling voor die periode niet verschuldigd was. De kantonrechter oordeelde dat voor de beoordeling van de beschikbaarheid ook de periode vóór 8 maart 2010 relevant is, waarbij A meerdere sollicitaties en een brief had gestuurd waarin hij zijn bereidheid tot arbeid kenbaar maakte.
De kantonrechter concludeerde dat BKF vanaf 8 maart 2010 loon verschuldigd was omdat zij passende arbeid niet tijdig aanbood en A zich beschikbaar hield. De loonbetaling werd toegewezen tot 17 augustus 2010, met wettelijke rente en een verhoging van 50%. De vordering tot beschikbaar stellen van passende arbeid na 17 augustus werd afgewezen, evenals de ervaringstoeslag wegens onvoldoende onderbouwing.
BKF werd veroordeeld tot betaling van het loon en de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter C. van den Noort op 18 januari 2012.
Uitkomst: BKF is veroordeeld tot betaling van loon met rente en een wettelijke verhoging over de periode 8 maart tot 17 augustus 2010.