ECLI:NL:RBGRO:2011:BV0267
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan vader wegens onbekende verblijfplaats moeder
De man heeft bij de rechtbank Groningen verzocht om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige dochter toe te wijzen, aangezien de moeder een onbekende woon- of verblijfplaats heeft, vermoedelijk in Honduras, en niet in staat is voor het kind te zorgen. De moeder heeft de vader middels een notarieel getuigschrift gemachtigd om de voogdij uit te oefenen.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Uit de stukken blijkt dat de vader de dochter erkend heeft en dat er een nauwe persoonlijke betrekking tussen hen bestaat. De moeder heeft verklaard dat zij niet in staat is te voorzien in de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Gezien het belang van het kind en de instemming van de moeder met de gezagswijziging, wijst de rechtbank het verzoek toe. De vader wordt belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. De rechtbank benadrukt dat het in het belang van het kind is dat zij contact houdt met beide ouders en verwacht dat de vader zich zal inspannen om contact tussen de moeder en het kind te bevorderen.
Uitkomst: De vader wordt belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige vanwege het onbekende verblijf van de moeder en het belang van het kind.