ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9778
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming grootouders tot voogd wegens schorsing gezag moeder door verslaving
De grootouders hebben bij de rechtbank Groningen verzocht om voogdij over hun kleinkind toe te wijzen, aangezien de moeder door haar drugsverslaving en zwervend bestaan niet in staat is het ouderlijk gezag uit te oefenen. De moeder is sinds de geboorte van het kind niet betrokken geweest bij de verzorging en opvoeding, die door de grootouders wordt verzorgd.
De rechtbank constateert dat het gezag van de moeder op grond van artikel 1:253r lid 2 BW geschorst moet worden vanwege haar onmogelijkheid het gezag uit te oefenen en haar onbekende verblijfplaats. De grootouders zijn de meest geschikte partij om als voogd te worden belast, ook gezamenlijk, ondanks dat artikel 1:253q lid 2 BW voorschrijft dat de rechtbank een voogd benoemt.
De rechtbank benoemt de grootouders gezamenlijk tot voogd en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tevens adviseert de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming om ambtshalve onderzoek te doen naar een mogelijke ontheffing van de moeder van het gezag. De moeder is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitkomst: De grootouders worden gezamenlijk benoemd tot voogd en het gezag van de moeder wordt geschorst.