ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9683
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering uitzendkracht tegen inlener wegens ontbreken derdenbeding en onrechtmatige daad
De uitzendkracht Q. vorderde loonbetaling van Teijin Aramid B.V. (de inlener) op grond van een bepaling in de bedrijfs-cao van Teijin, die volgens hem een derdenbeding bevatte. Q. werkte via uitzendbureau Louwes bij Teijin en ontving loon volgens de bedrijfs-cao van Teijin, maar meende recht te hebben op meer loon. Na het faillissement van Louwes stelde Q. Teijin aansprakelijk voor het niet betaalde loon.
De rechtbank oordeelde dat Q. geen rechten kan ontlenen aan de bedrijfs-cao van Teijin, omdat hij geen partij is bij die cao en het cao-recht een gesloten systeem kent waarbij alleen partijen aan de cao rechten kunnen ontlenen. Artikel 51 van Pro de bedrijfs-cao, waarop Q. zich baseerde, is geen derdenbeding maar een verouderde bepaling zonder zelfstandige werking sinds de invoering van de CAO voor Uitzendkrachten.
Daarnaast stelde Q. subsidiair onrechtmatige daad jegens Teijin. De rechtbank vond echter geen bewijs dat Teijin de wanprestatie van Louwes heeft uitgelokt of willens en wetens heeft geprofiteerd. Teijin had de samenwerking met Louwes beëindigd toen zij van de nalatigheid hoorde.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van Q. af en veroordeelde hem in de proceskosten van Teijin. Dit vonnis bevestigt het gesloten karakter van cao-rechten en beperkt de aansprakelijkheid van inleners voor loonbetalingen door uitzendbureaus.
Uitkomst: De loonvordering van de uitzendkracht tegen de inlener wordt afgewezen wegens ontbreken derdenbeding en onrechtmatige daad.