ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Leeftijdsonderscheid bij registerloodsen niet strijdig met Europese en nationale regelgeving
Verzoeker, een registerloods, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Nederlandse Loodsencorporatie om zijn verzoek tot opschorting van de doorhaling van zijn inschrijving in het Loodsenregister af te wijzen. De kern van het geschil betreft de leeftijdsgrens van 55 jaar voor doorhaling van de inschrijving en de mogelijkheid tot opschorting daarvan.
De rechtbank overweegt dat het beroep van registerloods zwaar is en gericht op het waarborgen van de veiligheid in en rond Nederlandse havens. De leeftijdsgrens is gebaseerd op de fysieke en mentale belastbaarheid die afneemt met de leeftijd. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, dat leeftijdsgrenzen in bepaalde beroepen kan toestaan indien deze objectief gerechtvaardigd zijn en passend en noodzakelijk zijn om een legitiem doel te bereiken.
De rechtbank concludeert dat het leeftijdsonderscheid in de Inschrijvingsverordening, inclusief de mogelijkheid tot opschorting van de doorhaling met maximaal vijf jaar, een passend en noodzakelijk middel is ter bescherming van de openbare veiligheid. Verzoekers stelling dat het onderscheid niet gerechtvaardigd is, wordt verworpen. Wel oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van verzoeker in de bezwaarfase, waardoor het primaire besluit wordt vernietigd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.