ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8434
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst met wederzijds goedvinden en terugbetaling borgsom
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een zolderverdieping in Groningen met een minimale duur van zes maanden. Q. voelde zich onveilig door een vechtpartij voorafgaand aan de sleuteloverdracht en gaf aan niet te willen wonen op het gehuurde adres. R. reageerde per mail instemmend, maar stelde de terugbetaling van de borgsom afhankelijk van het vinden van een nieuwe huurder.
Q. vorderde betaling van € 1.035,05 plus rente, terwijl R. een huurachterstand van € 2.700,- vorderde. De kantonrechter oordeelde dat de mails van 17 september 2010 en de gedragingen van partijen duiden op beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 17 september 2010.
Omdat Q. nooit de beschikking had over de woning, werd het volledige gevorderde bedrag van € 675,- toegewezen. De vordering van R. tot huurbetaling werd afgewezen. De buitengerechtelijke kosten werden niet toegewezen, maar wettelijke rente wel. R. werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst is met wederzijds goedvinden beëindigd per 17 september 2010 en R. is veroordeeld tot terugbetaling van de borgsom en halve maand huur aan Q.