RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 125974 / JE RK 11-268
beschikking kinderrechter d.d. 24 mei 2011
* [minderjarige 1], geboren in de gemeente [geboorteplaats] [in 1996],
* [minderjarige 2], geboren in de gemeente [geboorteplaats] [in 2001],
de heer [naam vader],
wonende te [adres],
verblijvende te [adres],
De vader is belast met het gezag over minderjarigen.
Op 15 april 2011 heeft het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing met betrekking tot de minderjarige [minderjarige 1], en een verzoek verlenging van de ondertoezichtstelling met betrekking tot de minderjarige [minderjarige 2], ingediend, gedateerd 12 april 2011.
Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, alsmede een indicatiebesluit.
Op 4 mei 2011 is ter griffie een brief ontvangen van de familie [naam pleegouders], de pleegouders van [minderjarige 1].
Op 10 mei 2011 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.
Ter zitting zijn verschenen de vader, de dames B. Mulder en C. v.d. Made namens bjz.,
mr. H.G.E. Klatter, bijzondere curator, en de familie [naam pleegouders 2], voormalige pleegouders van [minderjarige 2].
Ter zitting heeft de vader verzocht de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing per direct te beëindigen.
[minderjarige 1] is afzonderlijk door de kinderrechter gehoord.
Bij beschikking d.d. 30 juni 2010 is de ondertoezichtstelling betreffende de beide minderjarigen verlengd voor de tijd van 1 jaar, ingaande 6 juli 2010.
Voorts is bij voormelde beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd.
Met betrekking tot [minderjarige 1]
In het afgelopen jaar is er geen verandering opgetreden in het gedrag van de vader. Hij blijft volharden in zijn strijd. Het is niet mogelijk gebleken om op een effectieve wijze met de vader en [minderjarige 1] te werken aan contact en relatieherstel, evenmin aan de bereidheid en mogelijkheden van de vader om te leren afstemmen op de behoefte van [minderjarige 1].
Bij de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) is een verzoek ingediend voor een verderstrekkende maatregel voor [minderjarige 1]. De reden hiervoor is dat het perspectief van [minderjarige 1] niet bij de vader ligt maar bij het pleeggezin. De vader is niet of onvoldoende in staat om af te stemmen op de behoefte van [minderjarige 1]. Hij kan haar niet de ruimte geven om het verlies van haar moeder te verwerken.
Met betrekking tot [minderjarige 2]
Tussen de vader en [minderjarige 2] was een omgangsregeling bepaald inhoudende dat zij omgang hebben gedurende de helft van de vakanties. De gezinsvoogd heeft daarnaast voorgesteld om contact te hebben per telefoon, email of post.
Het pleeggezin waarin [minderjarige 2] verbleef heeft in de kerstvakantie de zorg voor hem stopgezet omdat zij het perspectief van [minderjarige 2] wilden weten. [minderjarige 2] heeft tijdelijk bij de pleegouders van zijn zussen verbleven en is daarna in een ander netwerkpleeggezin geplaatst.
Op 25 januari 2011 heeft een psychologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit onderzoek blijkt dat [minderjarige 2] op termijn weer bij zijn vader kan wonen. Er wordt speltherapie voor [minderjarige 2] geïndiceerd om het verlies van zijn moeder te verwerken en de relatie met de vader hierin een plek te geven. Voorts is een opbouwend contact met de vader geadviseerd met als doel dat [minderjarige 2] op termijn weer bij zijn vader kan wonen. Er wordt wel van de vader verwacht dat hij in zijn zoon investeert door minimaal een half jaar bij hem in de buurt te gaan wonen.
Naar aanleiding van dit advies heeft de Raad besloten een onderzoek in te stellen. In afwachting van dit onderzoek heeft bjz geen verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing aangevraagd. De speltherapie gaat vrijdag 13 mei 2011 van start. Er zal eerst geobserveerd worden. In totaal kan de therapie wel een aantal maanden duren.
Met betrekking tot [minderjarige 1]
De vader staat open voor contact met [minderjarige 1] maar zij wil dat niet. Hij is negatief over het pleeggezin waar [minderjarige 1] verblijft en heeft daar ook zijn redenen voor. Hij voelt zich onmachtig. Hij verzet zich niet tegen het verzoek maar hij kan er ook niet mee instemmen.
Zowel [minderjarige 1] als haar zus heeft geen enkel contact met familieleden. Alleen oma wordt af en toe door [minderjarige 1] bezocht.
Met betrekking tot [minderjarige 2]
[minderjarige 2] is een week met hem in [woonplaats vader in buitenland] geweest en dat is heel goed verlopen. De vader heeft gemerkt dat [minderjarige 2] voorzichtig begint te wennen aan het idee dat zijn toekomstige woonplek in [woonplaats vader in buitenland] zou kunnen zijn. De vader weet dat [minderjarige 2] erg aan zijn zussen is gehecht. Dat is goed en zal ook zeker zo moeten blijven.
De vader heeft in het verleden met de vorige gezinsvoogd, K. Potgieter, gesproken over een beëindiging van de ondertoezichtstelling. Er is toen gezegd dat het beter was om de ondertoezichtstelling in stand te laten omdat het dan makkelijker was om therapie voor [minderjarige 2] te regelen. Inmiddels zijn er weer drie maanden verstreken en moet de speltherapie nog beginnen. Als hij het zelf had geregeld, was deze tijd niet verloren gegaan.
De vader verzoekt de rechtbank om de ondertoezichtstelling per direct op te heffen en hem zelf voor [minderjarige 2] te laten zorgen. [minderjarige 2] kan bij hem verblijven, zijn schooljaar afmaken en ondertussen met de speltherapie beginnen. Mocht blijken dat de speltherapie langer duurt dan kan de therapie in Spanje worden afgemaakt. In [woonplaats vader in buitenland] zijn vast en zeker ook psychologen die Nederlands spreken. Mocht dit niet zo zijn dan is hij bereid desnoods nog langer in Nederland te blijven.
Standpunt van [minderjarige 1]
Ik heb het erg naar mijn zin in het pleeggezin waar ik nu woon. Ik voel mij daar veilig en op mijn gemak. Ik ben het dan ook eens met het verzoek. Ik heb eigenlijk nooit een echte band met mijn vader gehad en dat is de afgelopen twee jaar alleen maar minder geworden. Mijn vader kan zich niet in ons verplaatsen. Hij wilde dat wij naar Spanje zouden verhuizen toen mijn moeder overleed, maar dat wilden wij niet. Ik had wel een goede band met mijn moeder.
Mijn vader heeft veel gedaan waardoor contact tussen ons niet mogelijk is. Ik heb hem wel brieven geschreven maar hij beweert steeds dat ik de mening van mijn pleegouders verwoord. Hij neemt mij en mijn mening niet serieus en dat vind ik heel erg. Ik hoop dat er later wel contact mogelijk is, maar dat zal nog wel even duren. Ik spreek geen Spaans en heb dan ook geen contact met mijn familie in Spanje. Wel heb ik Spaans als vak gekozen.
Ik zie mijn broertje maar 1 dag in de week en dat vind ik erg jammer. Ik ben bang dat ik hem kwijt raak en weet dat ook [minderjarige 2] daar erg verdrietig over is.
Standpunt van mr. Klatter
Ik ben vorig jaar benoemd om de belangen van [minderjarige 2] te behartigen. Hij maakt op dit moment een redelijk rustige periode door. [minderjarige 2] heeft van de scheiding van zijn ouders weinig meegekregen. Zijn zussen hebben hem altijd beschermd. [minderjarige 2] zou het liefst bij zijn zussen wonen, maar hij weet dat dit geen optie is. [minderjarige 2] heeft een omgangsregeling met zijn vader. Hij was erg verdrietig toen de regeling werd verruimd, omdat dit ten koste ging van de tijd die hij met zijn zussen doorbrengt. [minderjarige 2] zou het liefst bij de ouder van een vriendje van school willen wonen. Het is voor [minderjarige 2] belangrijk dat er naar hem geluisterd wordt.
[minderjarige 2] is een week met zijn vader naar Spanje geweest en is daar erg enthousiast over. Hij zit in een enorm dilemma. Hij heeft het gevoel dat hij moet kiezen en daardoor dus iets gaat verliezen. Het is bewonderenswaardig dat de vader naar Nederland is gekomen om in zijn zoon te investeren. [minderjarige 2] is nog niet aan rouwverwerking toegekomen. Het is jammer dat de speltherapie maar niet van de grond is gekomen. Het is voor hem wel belangrijk dat dit in zijn moedertaal gebeurt.
De Raad voor de Kinderbescherming is nog bezig met een onderzoek. Een punt van zorg is de band die [minderjarige 2] heeft met zijn zussen. De zussen hebben geen enkel contact met de vader. Zij zijn dan ook bang dat zij [minderjarige 2] nooit meer terug zullen zien of alleen een keer bij een tante in Amersfoort. Bij de beoordeling dient rekening te worden gehouden met de belangen van alle drie de kinderen.
Standpunt van de familie [naam pleegouders 2]
Wij kennen [minderjarige 2] al heel lang en hebben ook een tijd voor hem gezorgd. Wij zijn erg geschrokken van de situatie die nu is ontstaan. Er zou een rustperiode van drie maanden ingelast worden. Eind vorig jaar moest er een onderzoek komen. Dat heeft maanden geduurd. Toen dat onderzoek eindelijk af was moest er speltherapie komen. Nu is het weer wachten op een onderzoek van de Raad. Het gaat maar door. We zijn verbijsterd over de werkwijze van bjz. Het ging hier over een gewoon gezin met gewone kinderen.
Gedurende de anderhalf jaar dat [minderjarige 2] bij ons verbleef, hebben zijn zussen hem niet één keer bezocht. Zij hebben ook geen enkel contact met de overige familie.
Met betrekking tot [minderjarige 1]
Op grond van de verkregen informatie, zoals in opgemeld verzoek aangegeven en ter terechtzitting aangevuld, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van [minderjarige 1] de termijn van de ondertoezichtstelling met een jaar dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.
Voorts is de kinderrechter van oordeel dat verlenging van de termijn van de machtiging tot plaatsing in een pleeggezin noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.
Met betrekking tot [minderjarige 2]
Bij beschikking van 30 juni 2010 is de ondertoezichtstelling en de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] met een jaar verlengd. De kinderrechter heeft in deze beschikking overwogen dat het op korte termijn voor [minderjarige 2] duidelijk moest worden waar zijn perspectief lag. Er was sprake van een ernstig loyaliteitsprobleem bij [minderjarige 2] en het belang van [minderjarige 2] moest bij alle partijen voorop staan.
Pas in januari 2011 is gestart met een psychologisch onderzoek van [minderjarige 2]. De conclusie van het onderzoek was dat [minderjarige 2] op termijn weer bij zijn vader kan gaan wonen.
Geadviseerd werd om:
1. een speltherapeutisch contact voor [minderjarige 2] te organiseren om het verlies van zijn moeder te verwerken en de relatie met zijn vader hierin een plek te geven,
2. een opbouwend contact met zijn vader te regelen met als doel op termijn bij zijn vader te kunnen gaan wonen. De vader zal moeten investeren in zijn zoon door bij hem in de buurt te gaan wonen.
De vader is, zoals geadviseerd door de psycholoog naar Nederland gegaan om dichter bij
[minderjarige 2] te kunnen zijn en te investeren in hun relatie. Uit de toelichting van de vader en de overige belanghebbenden ter zitting, blijkt dat er inmiddels een goed contact is tussen [minderjarige 2] en zijn vader. De speltherapie die was geïndiceerd gaat beginnen op 13 mei aanstaande. De kinderrechter is van oordeel dat het erg lang heeft geduurd voor bjz de geïndiceerde speltherapie heeft geregeld. Hierdoor is veel tijd verloren gegaan. De kinderrechter deelt de mening van de vader dat dit veel sneller geregeld had kunnen, en ook moeten, zijn.
De vader heeft toegezegd dat hij niet van plan is om voor het einde van het schooljaar met [minderjarige 2] naar [woonplaats vader in buitenland] te verhuizen, zodat [minderjarige 2] zijn schooljaar in Nederland kan afmaken. Hij heeft voorts aangegeven alle medewerking te verlenen aan het volgen van speltherapie, desnoods middels het inschakelen van een Nederlandstalige therapeut in [woonplaats vader in buitenland]. Verder onderkent de vader het belang van contact tussen [minderjarige 2] en zijn zussen en heeft hij gesteld dat dit zeker zo moet blijven. De kinderrechter gaat er dan ook vanuit dat de vader alles in het werk zal stellen om het contact tussen de kinderen mogelijk te maken, en dat hij zich daarbij niet laat leiden door zijn eigen mening en opvatting over de situatie.
Alhoewel het erop lijkt dat de gronden voor de ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn, is de kinderrechter toch van oordeel dat de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing niet abrupt beëindigd dienen te worden, zoals door de vader is verzocht.
Het verzoek van bjz tot verlenging van de ondertoezichtstelling betreffende [minderjarige 2] dient op grond van voorgaande overwegingen echter wel te worden afgewezen.
verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarigen [minderjarige 1] met een jaar, ingaande 6 juli 2011, met behoud van de opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) te Groningen, p/a Postbus 1203;
verlengt voorts de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [minderjarige 1] in een dag en nacht opvang (pleeggezin), met ingang van 6 juli 2011 voor de duur van de ondertoezichtstelling;
wijst de overige verzoeken af;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. D.A. Flinterman, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2011 in aanwezigheid van
mr. M.M. Verbeek, griffier.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.