ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5259

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
20 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
453670 - CV EXPL 10-7834
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 2 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs voor extra lesgeld autorijschool

De zaak betreft een vordering van Q., handelend onder de naam Autorijschool Q., tegen R. over betaling van een bedrag van €702,- voor losse rijlessen naast het reeds gefactureerde totaalpakket van €1.403,-. Na een tussenvonnis is bewijs geleverd door partijgetuigenverklaringen van beide partijen.

De kantonrechter overweegt dat de verklaring van Q. als partijgetuige geen zelfstandig bewijs kan vormen zonder aanvullend bewijs, dat ontbreekt. De factuur vermeldt een totaalbedrag inclusief intake, examen en tussentijdse toets, zonder specificatie van 28 lessen. Er is geen aannemelijk gemaakte afspraak over extra lessen, hetgeen door R. krachtig is betwist.

De enkele mededeling van Q. over het sturen van een rekening na het examen is onvoldoende om een overeenkomst over extra lessen aan te nemen. Daarom wordt de vordering afgewezen. Q. wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder alleen de reiskosten van de getuige worden toegekend. Het vonnis is uitgesproken op 20 april 2011.

Uitkomst: De vordering van de autorijschool tot betaling van extra losse lessen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 453670 \ CV EXPL 10-7834
Vonnis d.d. 20 april 2011
inzake
Q., h.o.d.n. Autorijschool Q.,
wonende en zaakdoende te [plaatsnaam],
eiser, hierna Q. te noemen,
gemachtigde LAVG, gerechtsdeurwaarders te Groningen,
tegen
R.,
wonende te [adres],
gedaagde, hierna R. te noemen,
procederend in persoon.
PROCESGANG
Naar aanleiding van het tussenvonnis van 6 oktober 2010 is op 11 januari 2011 door mr. F. Böttcher een getuige aan de zijde van Q. gehoord. Vervolgens is op 23 maart 2011 door mr. F. de Jong aan de zijde van gedaagde R. als getuige gehoord.
Daarna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
1. De kantonrechter neemt over en verwijst naar hetgeen in het tussenvonnis van 6 oktober 2010 is overwogen. In dat vonnis is Q. toegelaten tot het bewijs van:
feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat hij - naast het reeds gefactureerde bedrag van € 1.403,- voor een totaalpakket - nog een bedrag van € 702,- in rekening kan brengen aan R. in verband met los afgenomen lessen.
2. Ter voldoening aan de bewijsopdracht is aan de zijde van Q., Q. als partijgetuige gehoord. In contra-enquête is R. als partijgetuige gehoord.
3. De kantonrechter is van oordeel dat Q. niet in zijn bewijsopdracht is geslaagd en overweegt daartoe als volgt.
4. Q. heeft als partijgetuige een verklaring afgelegd. Op grond van artikel 164 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan zijn verklaring over door hem te bewijzen feiten of omstandigheden geen bewijs in zijn voordeel opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Dit onvolledige bewijs ontbreekt. Er is naast de verklaring van Q. geen andere verklaring en evenmin zijn er stukken die zijn stelling dat hij losse lessen in rekening kon brengen ondersteunen. Integendeel, op de factuur van 18 mei 2008 wordt immers gesproken over lesgeld inclusief intake en kosten voor examen, tussentijdse toets en eigen verklaring. Hierbij is niet vermeld dat het lesgeld 28 lessen betreft. Het aantal van 28 lessen komt als het ware uit de lucht vallen.
5. Evenmin is voldoende aannemelijk geworden dat Q. met R. nadere afspraken heeft gemaakt over het extra in rekening brengen van losse lessen. R. heeft dit als partijgetuige ten stelligste betwist. Hij heeft weliswaar erkend dat na het behalen van het examen Q. iets gezegd heeft over het sturen van een rekening, maar dat is onvoldoende om aan te nemen dat partijen daarover een afspraak hebben gemaakt. Het enkele sturen van een nota is vanzelfsprekend zonder meer onvoldoende om een afspraak daarover te bewijzen.
6. Uit voorgaande overwegingen volgt dat de vordering van Q. zal worden afgewezen.
7. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Q. worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daaronder begrepen de kosten van de getuige, met dien verstande dat alleen de reiskosten ( € 0,19 per kilometer) worden toegekend, de overige kosten zijn niet onderbouwd en evenmin nader gespecificeerd. Bovendien geldt voor de verlofuren dat deze door de werkgever (moeten) worden vergoed.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt Q. in de kosten van de procedure, die aan de zijde van R. tot aan deze uitspraak wordt vastgesteld op € 16,72 aan kosten getuige;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
ontzegt het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, kantonrechter, en op 20 april 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
typ: FdJ
coll: