ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5250
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen en onmisbaarheid werknemer
Köbo Nederland B.V. verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met Q. te ontbinden wegens bedrijfseconomische redenen en een gewijzigde functieomvang binnen het bedrijf. Q. werkt sinds 1985 als magazijnmedewerker en meldde zich ziek nadat ontslagvergunning was aangevraagd. UWV Werkbedrijf weigerde de ontslagvergunning omdat de functies van Q. en R. als uitwisselbaar werden beschouwd, waarbij R. meerdere extra taken vervult.
Köbo wilde afwijken van het afspiegelingsbeginsel en Q. ontslaan in plaats van R., die zwaardere taken verricht. De kantonrechter oordeelde dat het verzoek geen verkapt hoger beroep op de UWV-beslissing was en dat de beslissing van UWV gerespecteerd moest worden, tenzij nieuwe feiten of ernstige beoordelingsfouten waren gebleken.
De kantonrechter stelde vast dat R. meer waarde heeft voor het bedrijf door extra taken en betere houding en sociale vaardigheden. Ondanks het afspiegelingsbeginsel werd de arbeidsovereenkomst met Q. ontbonden vanwege de meerwaarde van R. en het arbeidsmarktperspectief van beide werknemers.
De ontbinding gaat in op 26 april 2011, met een vergoeding aan Q. die zijn WW-uitkering aanvult tot 100% van zijn huidige salaris en een scholingsbudget tot €10.000. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten. Köbo kreeg de gelegenheid het verzoek in te trekken vanwege de toegekende vergoeding.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst met Q. ontbonden per 26 april 2011 met vergoeding en scholingsbudget.