ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5228
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter wijst vordering Panalpina wegens onvoldoende bewijs betaling invoerrechten af
In juli 2007 sloten partijen een vervoersovereenkomst waarbij Panalpina transport verzorgde van meetapparatuur van Scheemda naar Douala, Kameroen. De apparatuur werd tijdelijk gebruikt en bij invoer in Kameroen dienen invoerrechten betaald te worden, tenzij een borg wordt gestort. Panalpina bracht in 2009 kosten van € 2.411,70 in rekening bij Geo Plus, die deze onbetaald liet.
Geo Plus betwistte de vordering en stelde dat de stukken van Panalpina onduidelijk en onvoldoende waren om te bewijzen dat de kosten daadwerkelijk betaald waren. De kantonrechter oordeelde dat de overgelegde documenten, voornamelijk in het Frans en met onduidelijke bedragen, onvoldoende bewijs vormden. Bovendien wijzigde Panalpina haar stellingen over de wijze van betaling en overhandigde geen deugdelijke kwitanties of bankafschriften.
De kantonrechter concludeerde dat Panalpina niet voldeed aan haar stelplicht en wees de vordering af. Panalpina werd veroordeeld in de proceskosten van Geo Plus, vastgesteld op € 350,-. Het vonnis werd uitgesproken op 19 april 2011 door kantonrechter A. Fokkema.
Uitkomst: De vordering van Panalpina wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betaling van invoerrechten.