ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2461
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en proeftijd: schriftelijkheidsvereiste en onregelmatige opzegging
Partijen, Q. en R., voerden een sollicitatiegesprek waarna Q. per e-mail een voorstel deed voor een arbeidsovereenkomst met een proeftijd van één maand. R. accepteerde telefonisch het voorstel en partijen zijn aan de arbeidsovereenkomst begonnen, zoals blijkt uit het gebruik van een Hanos-pas en aanschaf van werkkleding.
Q. stelde dat er geen arbeidsovereenkomst was en dat het proeftijdbeding geldig was, waardoor bij ontslag binnen de proeftijd geen schadeplicht zou bestaan. De kantonrechter oordeelt echter dat het proeftijdbeding niet schriftelijk is overeengekomen zoals vereist in artikel 7:652 BW Pro, omdat het e-mailvoorstel onvoldoende ondubbelzinnig was en R. niet schriftelijk heeft ingestemd.
De arbeidsovereenkomst zonder geldig proeftijdbeding is onregelmatig opgezegd, waardoor Q. schadeplichtig is. De gevorderde schadevergoeding van een maandsalaris en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Het verstekvonnis blijft in stand en Q. wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is onregelmatig opgezegd zonder geldig proeftijdbeding, waardoor schadevergoeding wordt toegewezen aan R.