ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2365
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens verduistering in dienstbetrekking bevestigd
Q. was sinds haar 15e werkzaam bij P. en sinds augustus 2010 assistent filiaalmanager in de vestiging te Hoogezand. Zij was verantwoordelijk voor kas- en kluishandelingen en was de enige die bevoegd was bankstortingen te verrichten. Op 18 februari 2011 werd een bankstorting gedaan, gevolgd door een storting van vier biljetten van €20 in de kluis. De volgende dag bleek bij een controle dat deze vier biljetten ontbraken.
Q. werd geconfronteerd met de vermissing van €80 en ontkende diefstal, waarna zij op staande voet werd ontslagen. De werkgever deed aangifte van verduistering. Q. betwistte het ontslag en vorderde loonbetaling, salarisspecificaties en wedertewerkstelling.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van kassajournaals, verklaringen en omstandigheden aannemelijk was dat het tekort tussen de bankstorting en controle was ontstaan en dat Q. hiervoor verantwoordelijk was. De beschuldiging aan een collega werd niet geloofwaardig geacht. Het ontslag op staande voet werd daarom voorlopig als gerechtvaardigd beschouwd.
De vorderingen van Q. werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het salaris tot de ontslagdatum met salarisspecificaties, voor zover nog niet voldaan.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van Q. wegens verduistering wordt bevestigd en haar vorderingen worden afgewezen.