ECLI:NL:RBGRO:2011:BP7656
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs opdracht diagnose auto
In deze zaak stond centraal of B opdracht had gegeven aan A om een diagnose te stellen van een storing aan een Renault Espace. A stelde dat zij met B was overeengekomen dat zij klachten aan de auto zou verhelpen, terwijl B betwistte dat hij opdracht had gegeven tot reparatie en stelde dat alleen een diagnose zonder kosten zou worden gesteld.
Er werd een getuigenverhoor gehouden waarbij de receptionist van A verklaarde dat B alleen aan de balie stond en alleen opdracht gaf voor een diagnose, zonder prijsafspraak. B verklaarde in contra-enquête dat hij samen met mevrouw C de auto naar de garage bracht en dat zij hadden gemeld dat de auto eigendom was van C, en dat het stellen van de diagnose kosteloos zou zijn.
De kantonrechter achtte de verklaring van B als partijgetuige in contra-enquête overtuigend en vond dat de verklaring van de receptionist onvoldoende bewijs leverde dat B opdracht had gegeven tot reparatie. Mede gelet op de schriftelijke verklaring van mevrouw C en haar aanbod om de factuur deels te voldoen, concludeerde de rechter dat de vordering van A onvoldoende was onderbouwd.
Daarom werd de vordering in conventie integraal afgewezen. De vordering in reconventie van B werd niet ontvankelijk verklaard voor zover deze betrekking had op C, die geen partij was. B werd wel in de kosten van de procedure aan zijn zijde begroot op €50 aan reis- en verblijfkosten. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter F. de Jong op 9 februari 2011.
Uitkomst: De vordering van A wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat B opdracht gaf tot reparatie.