ECLI:NL:RBGRO:2011:BP3031
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. van Weringh
- S. Tempel
- S. Timmermans
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
Op 3 februari 2011 heeft de rechtbank Groningen verdachte veroordeeld voor drie afzonderlijke feiten van feitelijke aanranding van de eerbaarheid gepleegd in september en oktober 2010 in Groningen. Verdachte had jonge vrouwen onzedelijk betast, onder meer door het aanraken en bevoelen van borsten en billen, soms met geweld of bedreiging en onverwacht van achteren. Eén slachtoffer werd zelfs gevolgd en thuis betast.
De rechtbank baseerde haar oordeel op meerdere proces-verbalen met verklaringen van slachtoffers en een bekennende verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting. Psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte beperkte cognitieve vermogens heeft en mogelijk een ontwikkelende frotteurisme en persoonlijkheidsstoornis, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid.
De rechtbank achtte de feiten ernstig vanwege de aantasting van de privacy en veiligheid van de slachtoffers en de mogelijke geestelijke schade. Daarom werd een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en behandeling.
De rechtbank volgde hiermee de eis van de officier van justitie en nam het pleidooi van de verdediging mee dat verdachte openstaat voor hulp en begeleiding. De voorlopige hechtenis werd met ingang van 20 februari 2011 opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht.