ECLI:NL:RBGRO:2011:BP1506
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Agema
- H.L. Stuiver
- J.M.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verkrachting ondanks aanvullend onderzoek
De rechtbank Groningen behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van verkrachting van een jonge vrouw met een licht verstandelijke beperking. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen onder dwang, gepleegd op of omstreeks 15 maart 2008 te Winschoten. Verdachte zou het slachtoffer van de fiets hebben getrokken, naar zijn woning hebben gesleept en daar gedwongen hebben tot seksuele handelingen.
De officier van justitie stelde dat het slachtoffer door feitelijkheden was gedwongen en dat verdachte wist van haar beperking. De verdediging betoogde dat er geen bewijs was voor dwang en dat verdachte niet op de hoogte was van de beperking. Diverse getuigenverklaringen en psychologische rapporten werden in het dossier opgenomen. Zo bleek uit een rapport dat het slachtoffer mogelijk dissocieerde en haar verklaring beïnvloed kon zijn door eerdere trauma's en onbewuste beïnvloeding.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om het primair tenlastegelegde, verkrachting onder dwang, wettig en overtuigend vast te stellen. Ook het subsidiair tenlastegelegde, waarbij sprake zou zijn van wetenschap van de beperking, werd niet bewezen geacht. Verdachte werd daarom vrijgesproken. Daarnaast werd de inbeslaggenomen kleding aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verkrachting.