ECLI:NL:RBGRO:2010:BO7461
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onjuiste belastingaangifte over 2004 na vrijspraak en verjaring voor eerdere jaren
De rechtbank Groningen behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte over de jaren 2002, 2003 en 2004. De officier van justitie was ontvankelijk voor de vervolging, ondanks het verweer van de verdediging dat op grond van de ATV-richtlijn vervolging niet passend was.
De rechtbank oordeelde dat de strafvordering voor de jaren 2002 en 2003 was verjaard, omdat de verjaringstermijn van twee jaar was verstreken voordat de vervolging werd ingesteld. Voor het jaar 2004 was de strafvordering nog niet verjaard vanwege een wetswijziging die de verjaringstermijn verlengde naar drie jaar.
Inhoudelijk werd vastgesteld dat verdachte weliswaar de aangiften in de verkeerde box had gedaan, maar dat er geen bewijs was dat zij dit met opzet had gedaan voor de jaren 2002 en 2003. Voor 2004 werd bewezen dat verdachte onjuist had verklaard door een bedrag aan ontvangen provisie niet te vermelden, hetgeen ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.
De rechtbank veroordeelde verdachte voor de overtreding in 2004 tot een geldboete van €5.000 met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-betaling, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en eerdere voorlopige hechtenis. De overige tenlastegelegde feiten werden vrijgesproken of niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €5.000 voor onjuiste belastingaangifte over 2004, vrijgesproken voor eerdere jaren wegens verjaring en gebrek aan opzet.