ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5332
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering en vordering niet opgenomen vakantiedagen wegens onvoldoende onderbouwing
Q. is sinds 4 januari 2008 in dienst bij B&B Belegde Broodjes B.V. en heeft zich op 16 juni 2008 ziek gemeld wegens rugklachten. Vanaf die datum ontving hij een ziektewetuitkering van het UWV. Q. vorderde betaling van vermeend te weinig uitgekeerd ziekengeld door het UWV, dat hij als loon van B&B wilde verhalen, en daarnaast vergoeding van 22 niet opgenomen vakantiedagen.
De rechtbank oordeelt dat de loonvordering onjuist is ingesteld omdat de werkelijke grondslag ligt bij het UWV en niet bij B&B. Q. had zich tot het UWV moeten wenden, bijvoorbeeld via een bezwaarschrift. De vordering voor niet opgenomen vakantiedagen wordt afgewezen omdat Q. deze onvoldoende heeft onderbouwd terwijl B&B heeft gesteld dat deze reeds zijn uitbetaald.
De wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro behoeft geen beoordeling meer omdat de hoofdvorderingen zijn afgewezen. Q. wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter F.B. Böttcher en op 16 juni 2010 uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onjuiste grondslag en onvoldoende onderbouwing.