ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5324
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beëindigingsovereenkomst huurovereenkomst softijsmachine wegens dwaling
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst betreffende een softijsmachine tussen Dupon Nederland B.V. en Q. De beëindigingsovereenkomst, gesloten op 20 april 2008, werd door Dupon vernietigd op grond van dwaling volgens artikel 6:228 BW Pro. Q. voerde geen beroep uit op artikel 6:230 lid 2 BW Pro, waardoor de vernietiging rechtsgeldig is.
De rechtbank oordeelde dat tijdens de onderhandelingen niet alle juiste informatie door Q. aan Dupon was verstrekt, wat het beroep op dwaling rechtvaardigde. Hierdoor blijft de oorspronkelijke huurovereenkomst van kracht en zijn huurpenningen vanaf 1 oktober 2009 met terugwerkende kracht verschuldigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat Q. een huurachterstand en openstaande facturen ter hoogte van €1.423,91 niet betwist had, inclusief contractuele rente van 1% per maand. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde Q. tot betaling van de huurpenningen en de openstaande bedragen, en in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.Tj. Terpstra op 25 november 2010.
Uitkomst: De beëindigingsovereenkomst is vernietigd wegens dwaling en de oorspronkelijke huurovereenkomst blijft van kracht met terugwerkende kracht, waardoor Q. huurpenningen en openstaande facturen moet betalen.