ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5307
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij verzet tegen dwangbevel studiefinanciering
In deze zaak is Q. in verzet gekomen tegen een dwangbevel studiefinanciering dat door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), een agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, is uitgevaardigd. De Staat stelde een incidentele exceptie van onbevoegdheid in, omdat de bevoegdheid van de kantonrechter ter discussie stond.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 4:123 Awb Pro en artikel 438 Rv Pro geschillen over executie worden behandeld door de rechtbank die volgens de gewone regels bevoegd is. De gewone regels, zoals neergelegd in artikelen 99 tot en met 109 Rv, bepalen dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Omdat DUO in Groningen is gevestigd en het dwangbevel door DUO is uitgevaardigd, geldt dat de Staat mede een filiaal in Groningen heeft, waardoor de kantonrechter te Groningen bevoegd is.
Daarnaast is het van belang dat het hier gaat om een vordering van minder dan € 5.000,00, waardoor de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Omdat Q. niet heeft gereageerd op de exceptie van onbevoegdheid, werd deze verworpen. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten van het incident, terwijl de kosten aan de zijde van Q. nihil werden begroot.
De zaak werd verwezen naar de rolzitting van 10 november 2010 voor het nemen van een conclusie van antwoord door de Staat, en verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en veroordeelt de Staat in de kosten van het incident.