ECLI:NL:RBGRO:2010:BN8166
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over machtiging tot uithuisplaatsing en opheffing ondertoezichtstelling minderjarige
De rechtbank Groningen behandelde meerdere verzoeken van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [A.], die vanwege gedragsproblemen niet langer in een instelling kon verblijven. [A.] verbleef tijdelijk bij zijn grootmoeder en haar partner, waarna gezocht werd naar een geschikt pleeggezin. Ouders voerden aan dat zij niet alle relevante stukken hadden ontvangen en dat het spoedverzoek onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat de grootmoeder en haar partner als belanghebbenden moesten worden beschouwd vanwege hun rol in het leven van [A.]. De kinderrechter vond dat er voldoende aanleiding was voor de machtiging tot uithuisplaatsing en dat de ouders ondanks hun verzoek om aanhouding geen inhoudelijk verweer konden voeren zonder de achterliggende stukken, maar dat dit niet tot aanhouding leidde.
Verder werd geoordeeld dat de hulpverlening voortgezet kon worden in een vrijwillig kader, mede op advies van een kinder- en jeugdpsychiater en met instemming van de ouders en bijzondere curator. De ondertoezichtstelling werd daarom opgeheven per 30 augustus 2010. De machtiging tot uithuisplaatsing werd bekrachtigd tot die datum en voor de periode daarna ingetrokken. Verzoeken tot aanhouding en verdere machtigingen werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 30 augustus 2010, wijst verzoeken tot aanhouding af en heft de ondertoezichtstelling op.