ECLI:NL:RBGRO:2010:BN7293
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenging ontruimingstermijn na beëindiging huurovereenkomst munitiebunker
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst tussen Q. en een besloten vennootschap (B.V.) die vier compartimenten van een munitiebunker huurt. De B.V. betwist de rechtsgeldigheid van de huuropzegging en verzoekt primair om niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek ex artikel 7:230a BW. Subsidiair verzoekt zij verlenging van de ontruimingstermijn met twaalf maanden.
De kantonrechter oordeelt dat het primaire verzoek strijdig is met het wettelijke stelsel, omdat aan een verzoek ex artikel 7:230a BW moet zijn gelegen dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. De B.V. kiest echter als uitgangspunt dat de overeenkomst nog voortduurt, waardoor het verzoek niet ontvankelijk is. Dit verzoek wordt daarom opgevat als voorwaardelijk, voor het geval in een bodemprocedure wordt vastgesteld dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het subsidiaire verzoek. De kantonrechter acht het aannemelijk dat het voor de B.V. zeer moeilijk is alternatieve opslag te vinden vanwege strengere regelgeving en het ontbreken van concrete aankoopplannen. Ook de mogelijkheid om bij collega’s of het leger aan te kloppen onderstreept de schaarste aan alternatieven.
De ontruimingstermijn wordt daarom verlengd tot 1 mei 2011. De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt verlengd tot 1 mei 2011 onder voorbehoud van rechtsgeldige beëindiging van de huurovereenkomst.