ECLI:NL:RBGRO:2010:BN6026
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijdrage vader in kosten studerend meerderjarig kind
De zoon, die op 12 oktober 2009 21 jaar werd en een mbo-opleiding volgt, verzocht de rechtbank om de vader te verplichten maandelijks € 347,03 bij te dragen in zijn studie- en levensonderhoudskosten. De vader had in 2009 een belastbaar inkomen van € 33.755,-. De rechtbank stelde vast dat ouders na het bereiken van 21 jaar niet meer verplicht zijn bij te dragen tenzij het kind behoeftig is.
De rechtbank oordeelde dat de zoon niet behoeftig is omdat hij in staat wordt geacht door arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien, ondanks zijn studie en stage. De zoon volgde reeds twee mbo-opleidingen succesvol en ontvangt studiefinanciering, een OV-kaart en een stagevergoeding. Er was geen bewijs dat hij geen bijbaan kan hebben of geen aanvullende financiering kan verkrijgen. Ook was geen sprake van een andere rechtsgrond voor onderhoudsverplichting.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werden de proceskosten ieder voor eigen rekening gelaten. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Stenfert Kroese op 25 mei 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot bijdrage in studiekosten en levensonderhoud door de vader wordt afgewezen wegens gebrek aan behoeftigheid.