ECLI:NL:RBGRO:2010:BN4857
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen weigering vergunning transcatheter hartklepinterventies UMCG
Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft op 28 december 2009 een vergunning aangevraagd voor het uitvoeren van transcatheter hartklepinterventies (THI’s). De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft deze vergunning geweigerd bij besluiten van 20 en 27 juli 2010, waarbij tevens termijnen werden gesteld voor het afbouwen van de werkzaamheden.
Het UMCG heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat de besluiten kwalificeren als bestuursbesluiten in de zin van de Awb en dat het bezwaar ontvankelijk is. De rechter stelt vast dat het niet evident is dat de weigering van de vergunning stand zal houden en dat de bezwaarschriftprocedure het juiste middel is om dit te beoordelen.
Vanwege het grote belang van de zeer kwetsbare patiënten en het risico op onnodige nadelen voor zowel patiënten als het UMCG, acht de voorzieningenrechter het niet wenselijk dat het UMCG haar activiteiten moet afbouwen voordat het bezwaar is behandeld. Daarom wordt het UMCG tot zes weken na de beslissing op bezwaar behandeld alsof het in het bezit is van de vergunning. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het UMCG mag haar activiteiten voortzetten alsof zij in het bezit is van de vergunning tot zes weken na de beslissing op bezwaar.