ECLI:NL:RBGRO:2010:BN1727
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouden beslissing gezag en omgang wegens vermoedelijke ongeschiktheid vader
De rechtbank Groningen heeft de beslissing omtrent het gezag en de omgang met het minderjarige kind aangehouden. Er zijn sterke aanwijzingen dat de vader tijdelijk of permanent niet in staat is het gezag uit te oefenen zoals bedoeld in artikel 1:246 BW Pro. De Raad voor de Kinderbescherming signaleert ernstige zorgen over het dagelijks middelengebruik van de man, mogelijke hersenbeschadiging door langdurig drugsgebruik en een moeizame communicatie tussen ouders.
De vrouw vreest de man en wijst op zijn agressief gedrag en het feit dat hij haar lastigvalt. De man erkent het advies van de Raad over het gezag, maar wil wel omgang met het kind, ook begeleid. De rechtbank heeft ambtshalve kennisgenomen van een voorlopige machtiging tot opname van de man in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet Bopz, wat de zorgen versterkt.
Gezien de belangen van het kind en de onduidelijkheid over de psychische toestand van de vader, wordt de beslissing aangehouden. De man krijgt de gelegenheid om stukken omtrent zijn opname en psychische situatie te overleggen en zich hierover uit te laten. Ook de vrouw en de Raad kunnen hierop reageren. De rechtbank benadrukt dat het belang van het kind voorop staat.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid aanvullende stukken en reacties in te dienen over het gezag en de omgang.