ECLI:NL:RBGRO:2010:BM5230
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kort geding over uitleg concurrentiebeding in vaststellingsovereenkomst bij beëindiging dienstverband
In deze zaak staat de uitleg van een concurrentiebeding centraal dat is opgenomen in een vaststellingsovereenkomst bij de beëindiging van het dienstverband tussen Odice BV en Q. De ex-werknemer Q. begon na beëindiging werkzaamheden te verrichten voor Netfiets V.O.F., terwijl in de overeenkomst werd gesproken over Fietsnet.nl. Odice vordert een verbod voor Q. om voor Netfiets te werken en stelt dat het concurrentiebeding geldig is.
Tijdens de procedure is een voorlopig getuigenverhoor gehouden, waarbij verklaringen van betrokkenen uiteenlopen over de identiteit van het bedrijf waar Q. zou gaan werken en de reikwijdte van het concurrentiebeding. De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat partijen bedoelden dat Q. voor Netfiets mocht werken en dat het concurrentiebeding onderdeel is van een zorgvuldig tot stand gekomen pakket van afspraken.
Het beroep van Q. op wederzijdse dwaling wordt verworpen omdat de kern van de veronderstelling van Odice was dat Q. bij een internetbedrijf zou werken, terwijl Q. wist dat hij bij een grossier in fietsonderdelen zou gaan werken. Gezien de omstandigheden acht de kantonrechter het niet waarschijnlijk dat de bodemrechter het concurrentiebeding zal beperken. Daarom wordt het verbod toegewezen met een gematigde dwangsom en wordt de tegenvordering van Q. afgewezen.
Uitkomst: Q. wordt verboden tot de bodemuitspraak voor Netfiets te werken en de tegenvordering wordt afgewezen.