ECLI:NL:RBGRO:2010:BM3998
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot netwerkpleegzorgplaatsing minderjarige bij grootouders
De moeder en grootouders van een minderjarige hebben bij de kinderrechter een verzoek ingediend om de minderjarige, die onder toezicht staat en uit huis is geplaatst, bij de grootouders te plaatsen als netwerkpleeggezin. Dit verzoek kwam na eerdere beslissingen waarbij de minderjarige definitief onder toezicht werd gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend.
Bureau Jeugdzorg Groningen (bjz) had het verzoek afgewezen omdat de problematiek van de minderjarige complex is en nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De minderjarige verblijft momenteel in een tijdelijk pleeggezin en zal spoedig worden overgeplaatst naar een ander pleeggezin. De grootouders zijn belangrijk voor het kind, maar niet geschikt bevonden als pleegouders op dit moment.
De kinderrechter oordeelt dat bjz voldoende heeft gemotiveerd waarom plaatsing bij de grootouders op korte termijn niet in het belang van het kind is. Er is een nader psychiatrisch onderzoek gepland om de aard van de gedragsproblemen te onderzoeken en te bepalen of een plaatsing bij de grootouders mogelijk is. Ondanks dat bjz niet tijdig heeft gehandeld, acht de rechter het verzoek niet toewijsbaar en bevestigt de afwijzing.
De beslissing is genomen met inachtneming van het belang van het kind, de motiveringsplicht van bjz en de noodzaak om de onderzoeksresultaten af te wachten alvorens een definitieve plaatsingsbeslissing te nemen.
Uitkomst: Het verzoek tot plaatsing van de minderjarige bij de grootouders als netwerkpleeggezin wordt afgewezen.