ECLI:NL:RBGRO:2010:BM3707
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging ontruimingstermijn na opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte met bestemmingsgeschil
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een loods met omliggende grond, bestemd als atelier, met een verbod op bestemmingswijziging zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder. De huurder exploiteerde aanvankelijk airbrush- en paintwerkzaamheden en begon later zonder toestemming een tattooshop in het gehuurde. De verhuurder zegde de huurovereenkomst op per 1 maart 2010 en vorderde ontruiming.
De huurder stelde primair dat het gehuurde bedrijfsruimte was onder artikel 7:290 BW Pro en dat de verhuurder instemde met de tattooshop. De verhuurder betwistte dit en stelde dat sprake was van een huurovereenkomst onder artikel 7:230a BW met een geldige opzegging. De kantonrechter oordeelde dat de oorspronkelijke bestemming als atelier geldt en dat een bestemmingswijziging zonder schriftelijke toestemming niet stilzwijgend kan worden aangenomen.
De kantonrechter concludeerde dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was opgezegd en dat de huurder ontvankelijk was in zijn verzoek. Bij de belangenafweging gaf de rechter de voorkeur aan de huurder vanwege het ontbreken van ernstige overlast of wanbetaling en het belang van de huurder bij voortgezet gebruik tegen een relatief lage huur. Daarom werd de ontruimingstermijn met maximaal één jaar verlengd en werd de gebruiksvergoeding vastgesteld op de laatst bekende huurprijs.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt met één jaar verlengd en de gebruiksvergoeding vastgesteld op € 242,30 per maand.