ECLI:NL:RBGRO:2010:BM2390
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband bij beenbreuk veulen
De Hollandsche Manege heeft een vordering tot schadevergoeding ingesteld tegen Q. wegens een vermeende tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst over de verzorging en huisvesting van het veulen Krispeijn. De Hollandsche Manege stelde dat Q. het veulen in een grotere en voor hem onbekende groep paarden had geplaatst, wat leidde tot een verhoogd risico en uiteindelijk tot een gebroken been en het inslapen van Krispeijn.
Q. betwistte de tekortkoming en het causaal verband met het ongeval, en stelde dat het veulen zorgvuldig was ondergebracht en dat de breuk ook op andere wijze had kunnen ontstaan. Daarnaast vorderde Q. betaling van openstaande facturen van de Hollandsche Manege.
De rechtbank oordeelde dat de Hollandsche Manege onvoldoende feiten had gesteld om het causaal verband tussen de vermeende tekortkoming en de schade aan Krispeijn aannemelijk te maken. Omdat niemand het incident had gezien, kon niet worden uitgesloten dat de breuk op een andere wijze was ontstaan. Daarom werd de vordering tot schadevergoeding afgewezen.
In reconventie werd de Hollandsche Manege veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen en de wettelijke handelsrente aan Q. De kosten van de procedure werden aan de zijde van de Hollandsche Manege opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende causaal verband; Hollandsche Manege veroordeeld tot betaling openstaande facturen en rente.