ECLI:NL:RBGRO:2010:BM0102
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. den Hollander
- L.C. Bosch
- W.J.A.M. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige vaststelling hoofdverblijf minderjarige bij vader in afwachting van raadsonderzoek
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek van de vader om het hoofdverblijf van hun minderjarige kind bij hem vast te stellen, in plaats van bij de moeder. De vader maakte ernstige zorgen over de gedragsproblemen van het kind die zich vooral voordeden in de thuissituatie bij de moeder en op school, terwijl het kind bij hem geen dergelijke problemen vertoonde. Er was een psychologisch onderzoek gedaan waaruit bleek dat het kind een zwakke informatieverwerking en tekortschietende emotieregulatie heeft, vermoedelijk aangeboren.
De moeder erkende de gedragsproblemen, maar betwistte dat zij de oorzaak was en stelde dat het kind wisselend gedrag vertoonde na omgang met de vader. Zij wilde het gezamenlijk gezag behouden en stelde een andere omgangsregeling voor. De rechtbank vond het van belang dat de Raad voor de Kinderbescherming nader onderzoek deed naar de leefsituatie van het kind bij beide ouders en de school.
Gezien de ernstige zorgen en het feit dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat had, bepaalde de rechtbank het voorlopig hoofdverblijf bij de vader met ingang van 28 februari 2010. Tevens stelde de rechtbank een omgangsregeling vast waarbij de moeder het kind om de veertien dagen een weekend bij zich mag ontvangen. De beslissing over het definitieve hoofdverblijf, gezag en omgang werd aangehouden tot na het rapport van de Raad.
Uitkomst: Het voorlopig hoofdverblijf van de minderjarige wordt vastgesteld bij de vader met een voorlopige omgangsregeling voor de moeder.