ECLI:NL:RBGRO:2010:BL7232
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen niet opgelegd wegens ontbreken verwijtbaarheid
Op 3 november 2008 voerde de Arbeidsinspectie een controle uit bij de maatschap van verzoekers, waarbij werd vastgesteld dat drie vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten. Verzoekers kregen daarop een bestuurlijke boete van €24.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Verzoekers voerden aan dat zij de identiteit van de betrokken vreemdelingen zorgvuldig hadden gecontroleerd aan de hand van originele identiteitsdocumenten en dat geen duidelijke verschillen in uiterlijk waren te constateren. De voorzieningenrechter stelde vast dat de kopieën van de identiteitsdocumenten en pasfoto's onvoldoende waren om verschillen vast te stellen en verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de vreemdelingen niet de personen op de documenten waren.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers niet verwijtbaar waren en dat de boete daarom niet opgelegd had mogen worden. Het primaire besluit werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €24.000 wordt vernietigd wegens het ontbreken van verwijtbaarheid aan de zijde van verzoekers.