ECLI:NL:RBGRO:2010:BL6497
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, geboren in 1986, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens concentratiestoornissen, stemmingswisselingen en agressiestoornis. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige wees het UWV de aanvraag af omdat eiser niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat hij meer dan 25% arbeidsongeschikt is en niet geschikt voor arbeid op de vrije arbeidsmarkt. De rechtbank overwoog dat het arbeidsongeschiktheidscriterium van de Wajong vereist dat de arbeidsongeschiktheid rechtstreeks en objectief medisch vaststelbaar moet zijn. De eigen opvatting van eiser is daarvoor niet beslissend.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat eiser ondanks zijn aandoeningen in staat is tot arbeid in een gestructureerde omgeving zonder conflicthantering. De rechtbank vond de medische rapporten overtuigend en oordeelde dat de door eiser ingediende aanvullende informatie onvoldoende aanleiding gaf om het standpunt van verweerder te wijzigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV om geen Wajong-uitkering toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.