ECLI:NL:RBGRO:2010:BL2961
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervallenverklaring van contactbeperking tussen moeder en uithuisgeplaatst kind afgewezen
De moeder van een minderjarige die sinds zijn eerste uithuisplaatsing in een Duits pleeggezin verblijft, verzocht de rechtbank om de door de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming (WSG) opgelegde contactbeperking te laten vervallen. De contactbeperking hield in dat zij haar zoon eenmaal per maand anderhalf uur onder begeleiding mocht bezoeken. De moeder betoogde dat intensiever contact noodzakelijk is om vervreemding te voorkomen en dat communicatieproblemen door de huidige regeling ontstaan.
De WSG en de pleegvader stelden dat de huidige regeling passend is gezien de belastbaarheid van het kind en het gedrag van de moeder tijdens bezoeken, waaronder het heimelijk opnemen van gesprekken. De kinderrechter overwoog dat de beperking van contact een ingrijpende maatregel is die moet worden ingegeven door concrete omstandigheden en het belang van het kind dient.
Uit de stukken bleek dat de huidige duur en frequentie van de bezoeken passend zijn gezien de leeftijd van het kind en de belastbaarheid. Ook was onvoldoende aannemelijk dat capaciteitsproblemen bij de WSG de beperking veroorzaakten. De rechtbank concludeerde dat de WSG in redelijkheid tot de aanwijzing heeft kunnen komen en wees het verzoek tot vervallenverklaring af.
Uitkomst: Het verzoek tot vervallenverklaring van de contactbeperking tussen moeder en kind wordt afgewezen.