ECLI:NL:RBGRO:2010:BL2688
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.E. Kiezebrink
- H.L. Stuiver
- J.M.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs verkoop en bezit grote hoeveelheid hennep
De rechtbank Groningen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van meer dan 30 gram hennep. Het bewijs bestond uit tapgesprekken, observaties, verklaringen van medeverdachten en een getuige, alsmede vondsten van hennep in een auto en woning.
Verdachte ontkende de ten laste gelegde feiten en verklaarde dat hij op de dag van de feiten alleen voor de gezelligheid bij een medeverdachte was en geen kennis had van de hennep in de woning. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte opzettelijk een grote hoeveelheid hennep had verkocht, vervoerd of in bezit had.
Hoewel medeverdachte verklaarde dat verdachte wiet wilde kopen, was dit niet ten laste gelegd en kon niet worden bewezen dat verdachte beschikkingsmacht had over de grote hoeveelheid hennep in de woning. De kleine hoeveelheid hennep in de auto was onvoldoende bewijs voor het ten laste gelegde.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd gelast de beslaggenomen goederen aan verdachte terug te geven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het ten laste gelegde Opiumwet-delict.