ECLI:NL:RBGRO:2010:BL0902
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke geldboete wegens mishandeling en onnodig leed toebrengen aan paard
In mei 2009 werd verdachte beschuldigd van het mishandelen van een Haflinger paard in Vlagtwedde. Uit getuigenverklaringen en een dierenartsverklaring bleek dat het paard over zijn fysieke grenzen werd belast, nodeloos met een zweep werd geslagen en geblinddoekt was. De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming startte een onderzoek na meerdere meldingen.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege onzorgvuldigheden bij het onderzoek, zoals het betreden van de woning zonder toestemming en het niet wijzen op het verschoningsrecht. De politierechter oordeelde echter dat deze onzorgvuldigheden niet ernstig genoeg waren om niet-ontvankelijkheid te rechtvaardigen.
De politierechter achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het paard onnodig leed had toegebracht en de gezondheid had benadeeld door het paard arbeid te laten verrichten die zijn fysieke grenzen overschreed, het paard meerdere malen nodeloos met een zweep te slaan en het te blinddoeken. De rechter veroordeelde verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €660,00, rekening houdend met zijn draagkracht en gebrek aan deskundigheid.
Daarnaast werden drie inbeslaggenomen zwepen verbeurd verklaard omdat deze gebruikt waren om het paard nodeloos te slaan en voorzien waren van verdikkingen om de slagen kracht bij te zetten. Het vonnis werd uitgesproken door politierechter G. Eelsing op 28 januari 2010.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €660,- wegens het onnodig toebrengen van pijn en gezondheidsschade aan een paard.