ECLI:NL:RBGRO:2010:BL0395
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst niet gerechtvaardigd na veroordeling zedendelict zonder relatie tot werkzaamheden
De werknemer is veroordeeld voor een zedendelict, waarbij hij een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf kreeg opgelegd. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden, stellende dat de veroordeling en het verlies van vertrouwen door collega’s dit rechtvaardigen.
De werknemer had de werkgever en zijn directe collega’s tijdig en open geïnformeerd over de strafzaak en de veroordelingen. De rechtbank oordeelt dat de veroordeling op zich onvoldoende grond is voor ontbinding, omdat het delict geen relatie heeft met de bedongen werkzaamheden en de werknemer beschikbaar blijft voor zijn functie.
Verder is onvoldoende onderbouwd dat collega’s niet meer met de werknemer willen samenwerken. De werkgever heeft ook niet aangetoond dat zij voldoende heeft gedaan om onrust binnen het bedrijf te voorkomen. De arbeidsovereenkomst wordt daarom niet ontbonden en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbreken dringende reden.