Art. 1 sub ac RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ongegrond verklaring beroep tegen sanctie parkeren in strijd met parkeerverbod wegens ontbreken laden en lossen
Betrokkene stelde beroep in tegen een sanctie opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod. Betrokkene voerde aan dat er sprake was van laden en lossen, waarbij het uitladen van goederen enige tijd in beslag nam. De verbalisant had echter vastgesteld dat het voertuig gedurende minstens 15 minuten zonder laad- of losactiviteiten geparkeerd stond.
De kantonrechter overwoog dat het bewijs van het ambtseed opgemaakte proces-verbaal zwaarder weegt dan de verklaring van betrokkene, tenzij er objectieve feiten zijn die aan de waarneming van de verbalisant twijfelen. Dit was niet het geval. Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad moet laden en lossen onmiddellijk na het stilzetten van het voertuig plaatsvinden en gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
De kantonrechter concludeerde dat er geen sprake was van laden en lossen in de zin van de wet en verklaarde het beroep ongegrond. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 23 november 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wegens parkeren in strijd met het parkeerverbod wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor laden en lossen.
Uitspraak
RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 424963 \ BU VERZ 09-494
CJIB-nummer: [nummer]
d.d. 23 november 2009
inzake
naam: Betrokkene
adres: gevestigd te Amsterdam
hierna te noemen betrokkene.
Gemachtigde mr. X.
Verloop van de procedure
Bij brief van 22 juni 2009, ontvangen op 23 juni 2009, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, gegeven op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), met bovengenoemd CJIB-nummer.
Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is behandeld ter zitting van 16 november 2009. Betrokkene is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Namens de officier van justitie is verschenen A.J. Rijks, werkzaam bij de CVOM.
De gedraging
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd ter zake van de gedraging: parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1).
De standpunten van partijen
Betrokkene heeft (zakelijk weergegeven) aangevoerd dat er geen sprake was van parkeren maar van laden en lossen. De afstand tussen de winkel en het voertuig was echter dermate groot dat het enkele minuten duurde voordat betrokkene terug was bij de auto. Betrokkene liep met een rekje met lederen jassen. Voordat de goederen zijn afgeleverd kan er 15 minuten verstreken zijn.
De vertegenwoordiger van het openbaar ministerie heeft de kantonrechter verzocht het beroep van betrokkene ongegrond te verklaren en ter zitting aangevoerd dat de sanctie terecht is opgelegd. Betrokkene heeft daar, zoals blijkt uit het aanvullend proces-verbaal, tenminste 15 minuten gestaan zodat er geen sprake is van laden en lossen.
De beoordeling
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Het beroep is ontvankelijk nu het tijdig is ingesteld en zekerheid is gesteld.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft als uitgangspunt te gelden dat in beginsel meer bewijskracht moet worden toegekend aan een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal dan aan de verklaring van de geverbaliseerde, tenzij op grond van objectiveerbare feiten en omstandigheden dient te worden getwijfeld aan de waarneming van de verbalisant. Daarvan is in dit geval niet gebleken. De betrokken verbalisant heeft op 13 mei 2009 het dossier gecomplementeerd met een aanvullend proces-verbaal, waarin hij gemotiveerd het standpunt van betrokkene heeft bestreden. De verbalisant heeft onder meer vermeld:
“Genoemd voertuig (voorzien van het kenteken 96-TG-TR, kantonrechter) stond gedurende tenminste 15 minuten geparkeerd in de Oude Ebbingestraat te Groningen zonder dat er direct sprake was van het laden dan wel lossen van goederen.”
Artikel 1 subPro ac RVV 1990 bepaalt dat onder parkeren wordt verstaan: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Gelet op het verweer van betrokkene is het derhalve van belang of er sprake was van laden of lossen. De Hoge Raad heeft bepaald dat daaronder moet worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring in- of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht gedurende de tijd die daarvoor nodig is. De verbalisant heeft verklaard dat hij gedurende 15 minuten geen laad- of losactiviteiten heeft waargenomen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen. In rechte moet er daarom van worden uitgegaan dat er geen sprake is geweest van laden en lossen in de zin van de wet.
De kantonrechter zal, gelet op het bovenstaande, beslissen als volgt.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. de Jong, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 november 2009.
Typ: eh
Verzonden op:
Indien het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of de opgelegde administratieve sanctie bedraagt meer dan € 70,00, kan tegen de beslissing hoger beroep worden ingesteld door binnen zes weken na de hiervoor vermelde datum van verzending een beroepschrift in te dienen bij dit gerecht (correspondentieadres: postbus ).
Het hoger beroep wordt behandeld door het gerechtshof te Leeuwarden.
Die procedure verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling kunt toelichten.