ECLI:NL:RBGRO:2009:BL0548
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet tegen IBG-dwangbevel na uitzetting en late uitschrijving
F., een ex-student en vreemdeling, werd op 19 mei 2006 onverwachts in vreemdelingenbewaring geplaatst en op 23 juni 2006 uitgezet. Pas op 11 augustus 2006 registreerde de gemeente ambtshalve zijn uitschrijving uit de Gemeentelijke basisadministratie (GBA), terwijl het IBG-dwangbevel op 25 juli 2006 werd betekend op het oude adres. De IBG stelde dat het verzet te laat was ingesteld, maar de kantonrechter oordeelde dat F. zich niet zelf kon uitschrijven en dat de overheid ervoor moet zorgen dat de GBA zo snel mogelijk wordt geactualiseerd. De vertraging van zeven weken in de uitschrijving kon F. niet worden tegengeworpen, waardoor zijn verzet ontvankelijk werd verklaard.
De zaak betrof een geschil over studiefinanciering en onterecht kaartbezit, waarbij F. een schuld aan de IBG had opgebouwd. De IBG had het dwangbevel uitgevaardigd voor een bedrag van €952,00 plus rente en kosten. De kantonrechter stelde F. in de gelegenheid om te reageren op de inhoudelijke verweren van de IBG en hield verdere beslissing aan.
De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van de overheid om administratieve gegevens tijdig te actualiseren en beschermt de burger tegen nadelige gevolgen van administratieve vertragingen, vooral in situaties waarin de betrokkene zelf geen actie kan ondernemen door omstandigheden zoals vreemdelingenbewaring en uitzetting.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel is ontvankelijk verklaard vanwege de verschoonbare termijnoverschrijding door late uitschrijving na uitzetting.