ECLI:NL:RBGRO:2009:BL0198
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens ontbreken definitieve huurovereenkomst en onrechtmatig beslag
In deze zaak stond centraal of tussen Schuitema en TVM VII een definitieve huurovereenkomst was gesloten. De kantonrechter concludeerde dat dit niet het geval was, omdat er geen overeenstemming was bereikt over alle wezenlijke elementen en diverse voorwaarden, waaronder goedkeuring van betrokken partijen, nog niet waren vervuld.
Vervolgens werd beoordeeld of TVM VII onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen te beëindigen. Gezien de precontractuele fase en de gemaakte voorbehouden, oordeelde de kantonrechter dat TVM VII vrij was de onderhandelingen te beëindigen zonder dat sprake was van misbruik of onaanvaardbaar handelen.
In reconventie werd de vraag behandeld of het conservatoir beslag van Schuitema onrechtmatig was. Hoewel TVM VII vrij was de onderhandelingen te beëindigen, had zij volgens de kantonrechter onvoldoende openheid van zaken gegeven over haar koerswijziging en verkoop aan Bun, waardoor zij aansprakelijk was voor de schade. Desondanks werd de vordering in reconventie afgewezen wegens gebrek aan deugdelijke rechtsgrond.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter F.B. Böttcher op 19 november 2009.
Uitkomst: Alle vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.