ECLI:NL:RBGRO:2009:BK5720
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.R. van Baak-Klijnsma
- Rechtspraak.nl
Berekening premievrije pensioenaanspraak conform Pensioen- en Spaarfondsenwet
Eiser Q., sinds 1975 in dienst bij Acheson Colloïden B.V., vordert vaststelling van zijn premievrije pensioenaanspraak per 1 januari 2006. Hij stelt dat deze aanspraak minimaal € 23.118,11 bedraagt, subsidiair € 20.260,14. Gedaagden Acheson en Nationale-Nederlanden (NN) berekenden de aanspraak op € 18.466, gebaseerd op de letterlijke toepassing van artikel 8 lid 2 van Pro de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW).
De rechtbank stelt vast dat de pensioenregeling van 1995 en de Regelen PSW de systematiek bepalen voor de berekening van de premievrije aanspraak. Volgens deze systematiek wordt de aanspraak berekend als het verschil tussen het pensioen dat zou zijn opgebouwd bij ongewijzigde voortzetting en het pensioen dat zou zijn opgebouwd vanaf de beëindigingsdatum tot pensioendatum. Dit leidt tot een aanspraak van € 18.466.
Echter, de verzekeraar heeft in een e-mail van 24 augustus 2007 toegezegd de aanspraak te baseren op het gefinancierde bedrag van € 20.260,14. De rechtbank acht deze toezegging bindend binnen de wettelijke kaders en wijst de subsidiaire vordering van Q. toe. De hogere aanspraak van € 23.118,11 wordt niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank veroordeelt NN tot afgifte van bewijs van aanspraken en Acheson tot medewerking, zonder oplegging van dwangsom. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De premievrije pensioenaanspraak van eiser per 1 januari 2006 bedraagt € 20.260,14 conform toezegging verzekeraar.