ECLI:NL:RBGRO:2009:BK2838
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige wegens ernstige crisis in thuissituatie
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een minderjarige onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen vanwege ernstige bedreiging van zijn sociaal-emotionele, fysieke en cognitieve ontwikkeling. De ouders, Zevende dag Adventisten, boden jarenlang thuisonderwijs aan de minderjarige, die zich onvoldoende uitgedaagd voelde en het reguliere onderwijs wilde volgen, wat door de ouders werd geweigerd. De situatie escaleerde meerdere malen, waarbij de minderjarige zelfs zonder toezicht lange tijd buiten leefde.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de ouders pedagogisch onmachtig zijn en niet bereid om vrijwillig mee te werken aan hulpverlening, mede door hun geloofsovertuiging. De minderjarige wilde niet meer terug naar huis en had geen contact meer met zijn ouders, terwijl hij wel contact had met zijn grootouders, die als belanghebbenden werden toegelaten tot de zitting. De kinderrechter oordeelde dat de ouders onvoldoende invulling gaven aan hun ouderlijk gezag, waardoor de ontwikkeling van de minderjarige ernstig werd bedreigd.
De rechtbank besloot de ondertoezichtstelling toe te wijzen voor de duur van een jaar en machtigde de uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening. De ouders toonden zich bereid tot samenwerking en contactherstel, maar de kinderrechter benadrukte dat zij de verantwoordelijkheid voor de crisis moeten erkennen en de keuzes van de hulpverlening moeten respecteren. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De minderjarige wordt voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door conflicten en pedagogische onmacht van de ouders.